zaterdag 19 augustus 2017

Caribische runderstoofschotel

Er gaat niks boven een heerlijke stoofschotel. Dit keer een Caribische runderstoofschotel met bakbanaan. Je moet er wel even de tijd voor nemen, maar dan heb je ook wat. In dit recept heb ik 2 groene pepers gebruikt, maar hou je van heel pittig, dan zou ik zeker gaan voor rode pepers of misschien zelfs een Madame Jeannette peper.





Ingrediënten voor 4 personen:
  • 1 kg runderriblappen in blokjes van 2x2 cm
  • 2 teentjes knoflook, fijngehakt
  • 2 eetlepels Carribean spice kruiden van Jonnie Boer
  • 2 theelepels komijnpoeder
  • 1 theelepel zout
  • ½ theelepel versgemalen zwarte peper
  • 1 eetlepel suiker
  • 1 eetlepel zonnebloemolie
  • 30 gram roomboter
  • 1 ui, gesnipperd
  • 1 blikje tomatenpuree (70 gram)
  • 2 winterwortelen, geschild in stukjes
  • 3 takjes selderij, grof gehakt
  • 1 à 2 groene pepers, zonder zaadjes in stukjes
  • 2 eetlepels sojasaus
  • 100 ml witte wijnazijn
  • water
  • 150 gram doperwten (diepvries)
  • 1 bakbanaan, in plakjes


Bereiding:
Doe de blokjes rundvlees in een grote kom en vermeng het vlees met de fijngehakte knoflook, Caribean Spice kruiden, komijnpoeder, zout en de versgemalen zwarte peper. Dek de kom af en zet minimaal 1 uur in de koelkast of als het kan een nacht, zodat de smaken van de kruiden goed z’n werk kunnen doen.
Verwarm de suiker op niet al te hoog vuur in een grote braadpan. Zodra de suiker begint te kleuren de olie en de roomboter toevoegen en verhitten (het vuur kan dan wel iets hoger). Voeg het rundvlees toe en bak het vlees rondom bruin. Voeg vervolgens de gesnipperde ui, tomatenpuree, wortelen, selderij en groene pepers toe en laat enkele minuten meebakken. Voeg dan de sojasaus en de azijn toe. Vul de pan aan met water tot alles net onder water staat. Zodra het kookt zetten we het vuur weer lager en laten we het stoofvlees met het deksel op de pan ca. 2½ uur pruttelen tot het gaar is. Wel af en toe even roeren. Ongeveer een kwartier voor het einde van de kooktijd de doperwten en de plakken bakbanaan toevoegen. Nog een kwartiertje pruttelen en klaar is je heerlijke Caribische stoofschotel. Breng eventueel nog op smaak met zout en peper.
Lekker met brood, rijst, aardappelen of aardappelpuree.

Eet smakelijk!



donderdag 17 augustus 2017

Zeeuwse mosselen uit de wok

Vandaag manlief  'verwend' met echte Zeeuwse Neeltje Jans mosselen uit Vrouwenpolder. Zelf hou ik niet zo erg van gekookte mosselen, dus gingen we dit keer voor Zeeuwse mosselen uit de wok. Ik moet zeggen, ze waren heerlijk, dus volgende keer gewoon weer lekker wokken. Veel makkelijker en veel sneller klaar en veel lekkerder.


Ingrediënten voor 2 personen:
  • 2 kg mosselen
  • 1 ui
  • 2 teentjes knoflook
  • 1 grote prei
  • 1 stengel bleekselderij
  • 1 winterwortel
  • ½ venkelknol
  • olijfolie 
  • peterselie
  • selderij
  • groot glas witte wijn (chardonnay)
  • versgemalen peper
  • wokpan met deksel

Bereiding:
Was de mosselen in een grote kom of bak met koud water. Verwijder de beschadigde en/of openstaande mosselen, deze zijn niet goed. Verwijder ook de ‘baarden’ aan de buitenkant van de mossel.
Pel en snijd de ui in halve ringen. Pel en snijd de knoflook in dunne plakjes.
Snijd de prei in halve ringen. Schil de stengel bleekselderij en snijd in halve ringen. Schil de winterwortel en snijd in kleine stukjes. Snijd de halve venkelknol in reepjes. Hak de peterselie en de selderij grof.
Verhit een flinke scheut olijfolie in een grote wok. Voeg de ui, knoflook, prei, bleekselderij, winterwortel, venkel, peterselie, selderij en de versgemalen zwarte peper toe en wok de groenten 3 minuten op middelhoog vuur.
Voeg nu de gewassen mosselen toe en wok 2 minuten tot de mosselen opengaan. Blus af met de witte wijn en laat nog 2 minuten wokken met het deksel op de pan tot alle mosselen wijd openstaan. 
Serveer de mosselen warm met frieten uit de oven en een honing-mosterdmayonaise.

Eet smakelijk!




Frieten uit de oven

Zelf frieten bakken in de oven van vastkokende aardappelen met schil. Makkelijk te maken, alleen even omdraaien halverwege de baktijd en na drie kwartier heb je heerlijke knapperige frites.



Ingrediënten:

  • vastkokende aardappelen (ca. 250 gram p.p.)
  • olijfolie
  • zeezout
  • bakpapier


Bereiding:
Was de aardappelen. Snijd de aardappelen in de lengte doormidden en beide helften in de lengte in drieën. Zo krijg je mooie langwerpige parten. 
Verwarm de oven voor op 200º C.
Kook de aardappelparten in kokend water max. 5 minuten voor. Giet ze daarna af en dep ze droog..
Leg de aardappelparten op een met bakpapier beklede ovenplaat netjes naast elkaar. Besprenkel met olijfolie en bestrooi met gemalen zeezout. Schuif de frieten in de oven en bak ze 20 minuten. Haal de ovenplaat uit de oven en draai de frieten om. Bak ze nogmaals 20 minuten tot ze goudbruin en knapperig zijn.

Eet smakelijk!

Honing-mosterdmayonaise

Deze honing-mosterdmayonaise is een heerlijk sausje bij bv. Zeeuwse mosselen uit de wok. Ook heerlijk bij frieten uit de oven of gebakken aardappelen.


Ingrediënten voor ca. 100 ml saus:
  • 4 eetlepels mayonaise of friteslijn (= minder vet)
  • 1 eetlepel Dijonmosterd
  • 1½ eetlepel honing
  • versgemalen peper
  • zout 
  • evt. 1 eetlepel water


Bereiding:
Meng de mayonaise met de Dijonmosterd en de honing tot een gladde mayonaise. Breng op smaak met versgemalen peper en zout. Wanneer de saus te dik is, voeg je nog een eetlepel water toe en meng weer tot een gladde saus.

Eet smakelijk!

zondag 13 augustus 2017

Risotto met zeekraal en coquilles

Al meer dan 12 jaar getrouwd met een echte Zeeuw en nog nooit zeekraal gegeten. Vandaag is daar verandering in gekomen. Een heerlijke risotto gemaakt met zeekraal en coquilles. Verrukkelijk!!
Zeekraal heeft een heerlijke zilte smaak en combineert heel goed met vis of schaaldieren. Zout heb ik niet gebruikt in dit gerecht, de zilte smaak van de zeekraal was voldoende.



Ingrediënten voor 2 personen:

  • 200 gram risottorijst
  • olijfolie
  • 200 gram zeekraal 
  • 125 gram champignons
  • coquilles (Sint-Jacobsschelpen) ca. 3-5 per persoon
  • 1 ui
  • 1 stengel bleekselderij
  • 1 teentje knoflook
  • 1 klein glas witte wijn
  • 700 ml paddenstoelenbouillon (van 1½ bouillonblokje)
  • 2 klontjes boter
  • 50 g Parmezaanse kaas, geraspt
  • peper


Bereiding:
Snijd de champignons in vieren en bak ze op hoog vuur in een koekenpan met een scheutje olijfolie tot ze lichtbruin en gaar zijn. Haal ze uit de pan, breng op smaak met een snuf zout en zet apart.
Schil  de bleekselderij en hak in kleine stukjes. Pel de ui en de knoflook. Snipper de ui en hak de knoflook fijn. Fruit de bleekselderij, de ui en de knoflook met een scheut olijfolie ca. 10 minuten op laag vuur in een grote (koeken)pan. Voeg vervolgens de risottorijst toe en bak deze mee tot ze glazig wordt. Giet de witte wijn erbij en laat dit op een heel laag vuurtje pruttelen tot de rijst de wijn helemaal heeft opgenomen. Schenk vervolgens beetje bij beetje de bouillon erbij. Zorg ervoor dat je na elke scheut wacht tot de rijst het vocht heeft opgenomen. Doe dit net zolang tot alle bouillon op is (dit duurt ongeveer 18-20 min). Tijdens het pruttelen van de risotto goed blijven roeren.
Halverwege de bereiding van de risotto (ongeveer 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd) spoelen we de zeekraal in een vergiet kort onder stromend water schoon. Verhit in een koekenpan een scheutje olie en voeg de zeekraal met het aanhangende water toe. Bestrooi met wat zwarte versgemalen peper en bak de zeekraal hooguit 3 minuten. De zeekraal is nu beetgaar. Haal de zeekraal uit de koekenpan en zet apart.
Vervolgens verhitten we op hoog vuur weer een scheutje olijfolie in dezelfde koekenpan. Voeg de (droog gedepte) coquilles toe als de olie goed heet is en bak ze 1,5 à 2 minuten aan elke kant, tot ze mooi bruin en licht doorzichtig zijn. Druk zachtjes in de coquilles om te testen of ze goed zijn. Ze moeten stevig aanvoelen maar nog wel meegeven. Niet te lang bakken, want anders worden ze taai. Voeg een klontje roomboter toe in de pan (voor de smaak) en haal de pan van het vuur. Blijf de pan eventjes ronddraaien en de coquilles zijn klaar.
De risotto is nu ook gaar. Roer de gebakken champignons, een klontje roomboter en de Parmezaanse kaas door de risotto, nog even goed doorroeren en daarna op de borden scheppen. Verdeel de zeekraal over de risotto, gevolgd door de coquilles, wat versgemalen peper en evt. nog wat Parmezaanse kaas. 

Eet smakelijk!

dinsdag 8 augustus 2017

Tomatenjam van snacktomaatjes

Weer eens wat anders: tomatenjam van snacktomaten. Ik heb een een emmertje bij de Lidl gehaald met gele en rode snacktomaten. Je hoeft de tomaatjes niet te ontvellen en de pitjes ook niet te verwijderen. Tomatenjam is heerlijk bij een stukje kaas, op een toastje of gewoon op de boterham.


Ingrediënten voor 2 flinke glazen (weck)potten

  • 500 gram snacktomaatjes (geel en rood)
  • 300 gram geleisuiker 
  • 1 vanillestokje 
  • ½ theelepel gemberpoeder (djahé)
  • ¼ theelepel kaneelpoeder
  • ¼ theelepel versgemalen peper
  • ¼ theelepel zout
  • 1 theelepel citroensap
  • glazen (weck)potten


Bereiding:
Was de snacktomaatjes, snijd ze in tweeën en pureer ze samen met de gemberpoeder, kaneelpoeder, versgemalen peper en zout fijn in de blender. Doe de gepureerde tomaten in een kookpan. Snijd het vanillestokje open en schraap het merg eruit. Voeg zowel de twee helften van het vanillestokje als het merg toe aan de tomaten. Voeg als laatste de geleisuiker en het citroensap toe. Breng het geheel aan de kook en roer goed door. Laat op hoog vuur enkele minuten koken tot de suiker opgelost is. Haal het schuim met behulp van een schuimspaan eraf. Zet het vuur laag en laat nog 30-45 minuten zachtjes inkoken en roer regelmatig goed door.



Ondertussen gaan we de glazen (weck)potten uitkoken.
Zet de glazen (weck)potten in een pan. Schenk er kokend water bij tot de ze helemaal onder staan. Breng het water opnieuw aan de kook en laat ca. 10 min. doorkoken. Neem de potten met een (keuken)tang uit de pan en laat deze omgekeerd op een schone theedoek drogen. 
Zodra de tomatenjam is ingedikt in de (weck)potten scheppen en afsluiten.
Eet smakelijk!

woensdag 26 juli 2017

Pindasoep van Ronald Giphart

In de bijlage van zaterdageditie van het AD las ik een stukje van Ronald Giphart over Dinsdagse pindasoep met daarbij een recept van zijn eigen variant van pindasoep.  Dit recept heb ik nagemaakt (en iets aangepast) en ik moet zeggen het smaakte heerlijk. Wel weer veel ingrediënten nodig (sorry), maar de soep makkelijk en snel te maken.

Ingrediënten voor ca. 2 liter soep

  • 2 eetlepels olie
  • 1,8-2 liter kokend water
  • 2 stengels bleekselderij
  • 1 ui
  • 3 teentjes knoflook
  • 1 rode peper
  • stukje verse gember
  • 1 theelepel kerriepoeder
  • 2 theelepels ketoembar
  • 1 prei
  • 1 zakje fijne soepgroenten (250 gram)
  • 1 stengel citroengras
  • 2 laurierblaadjes
  • 1 eetlepel vissaus
  • 3 eetlepels palmsuiker (of bruine suiker)
  • 3 eetlepels ketjap manis
  • 3 maggiblokjes of 1½ bouillonblok (groot) 
  • 1 pot pindakaas (350 gram)
  • 1 eetlepel sambal badjak
  • 2 dl kokosmelk
  • sap van halve citroen
  • zout 
  • vers gemalen peper
  • paar handjes ongezouten pinda's
  • 1 bosuitje
  • 125 gram taugé


Bereiding:
We beginnen met het schil-, hak-, rasp- en snijwerk. Schil de stengels bleekselderij en snijd ze in dunne plakjes. Pel en snipper de ui. Pel de knoflooktenen en hak ze fijn. Verwijder de zaadjes en zaadlijsten van de rode peper. Hou je van pittig laat ze dan vooral zitten. Hak de rode peper in dunne reepjes. Rasp de gember. Snijd de prei in ringen. Kook alvast 2 liter water in de waterkoker.
Verhit in een soeppan de olie en bak hierin de gesnipperde ui, de plakjes bleekselderij, de rode peper en de knoflook zachtjes op middelhoog vuur. Voeg de geraspte gember samen met de kerriepoeder en de ketoembar toe. Eventjes meebakken, zodat de smaken goed vrij komen. Bak vervolgens de prei en de soepgroenten 1 minuutje mee. Voeg dan het gekookte water toe, gevolgd door het citroengras, de laurierblaadjes, de vissaus, de palmsuiker, de ketjap manis, de sambal badjak en de maggi- of bouillonblokjes. Laat de soep 10 minuten zachtjes koken. Na 10 minuten voegen we de pindakaas toe en laten de soep nog 5 minuten zachtjes koken. Haal dan de laurierblaadjes en het citroengras uit de soep. Pureer nu de soep met een staafmixer tot een gladde soep. Roer er als laatste de kokosmelk en het citroensap door. Breng de soep op smaak met zout en versgemalen peper.
Spoel de taugé goed schoon en dompel ze kort onder in kokend water. Hak het bosuitje in dunne ringetjes. Hak de pinda's grof.
Serveer de soep in kommen en garneer met wat taugé, bosui en grof gehakte pinda's.

Eet smakelijk!

Bron: aangepast recept van Ronald Giphart uit het AD van 15 juli 2017